2020-10-30 21:30:05 | Antropoloog James Suzman: ‘Door corona is er meer bewustzijn dat hoe we nu werken niet houdbaar is’


Al die werkstress, al die vergaderingen, al die zinloze tijd in de file: als het aan James Suzman ligt, laten we dat allemaal achter in de wereld van vóór de tijden van corona.

„We zijn bij een kantelmoment aanbeland”, zegt de Zuid-Afrikaanse antropoloog. „Een moment waarop onze oude ideeën over werk aan vervanging toe zijn. We staan volgens mij echt aan de rand van een grotere verandering dan we ons kunnen voorstellen.”

Suzman is niet per se iemand van de bescheiden formuleringen, zo blijkt al direct tijdens het Skype-gesprek dat hij voert vanuit een wat rommelig thuiskantoortje in Cambridge. „Als corona er niet was, zou ik nu op een wereldwijde boekpromotietour zijn. Nu zit ik hier, terwijl mijn kinderen een kamer verderop spelen. We bevinden ons in een enorm experiment met nieuwe manieren van leven en werken.”

Suzman schreef het boek Werk. Een geschiedenis van de bezige mens, dat komende week verschijnt. Daarin beschrijft hij hoe de moderne – volgens hem behoorlijk verziekte – manier van werken is terug te voeren op één cruciaal moment in de menselijke geschiedenis: de uitvinding van de landbouw.


Toen jager-verzamelaars op een vaste plek gingen wonen om gewassen te verbouwen en vee te houden, veranderde alles. Voor landbouw heb je een agenda nodig, moet je veel meer plannen. Het leven van mensen werd geregelder, voorspelbaarder, maar ook gestresster, volgens Suzman.

„Om iets te zeggen over de toekomst van werk, is het heel zinnig om de geschiedenis van werk te onderzoeken.”

Hij heeft als antropoloog bijna vijftien jaar veldwerk gedaan bij de Ju/’hoansi (de schuine streep spreekt hij uit met een ferme tong-klak). Dat is een bevolkingsgroep in Namibië die tot ver in de twintigste eeuw leefde als jager-verzamelaar. Inmiddels wonen veel van de nog enkele duizenden Ju/’hoansi in modernere nederzettingen. Hun traditionele leefwijze bestaat nog wel, maar staat sterk onder druk.

Volgens Suzman klopt de aanname niet dat het leven in dit soort samenlevingen „naar, bruut en kort” is, zoals filosoof Thomas Hobbes de natuurstaat omschreef. „Als je met mensen spreekt die zo leven of hebben geleefd, is het een beetje alsof ze in een heel grote – weliswaar wat ingewikkelde – supermarkt wonen.”

Voordat deze volkeren de afgelopen decennia van hun eigen grond werden verdreven, leefden ze veelal op plekken met meer dan genoeg voedsel. „Ze gaan op zoek naar eten als ze honger hebben, in de wetenschap dat het toch wel goed zal komen. Het bestaan van de Ju/’hoansi is niet zo van: tussen 9 en 11 uur ’s ochtends moeten we weer foerageren. Dit ontstaat spontaan, als hun maag begint te knorren. Veel jager-verzamelaars konden er, zeker in hun oude leefgebieden, behoorlijk zeker van zijn dat de natuur genoeg zou verschaffen om voldoende te kunnen eten.”

Hoe ziet hun dag eruit?

„Ze besteden per week gemiddeld ongeveer 15 uur aan wat zij zelf beschouwen als werk: vooral jagen en verzamelen. En als ze werken, vinden ze het leuk en belangrijk om te doen: jagen is betekenisvol en een heel krachtige activiteit waar de jagers trots op zijn. Geen dag is voor hen hetzelfde. Volwassenen besteden daarnaast nog een uur of 20 per week aan dingen als hun huis repareren, zorgen voor familieleden, kleding maken, en verder vooral aan dingen als dansen oefenen en groepsdiscussies voeren. Maar als je tegen ze zegt dat sommige van die zaken voor ons ook voelen als werk, lachen ze je uit.”

Ook uit onderzoeken van andere antropologen blijkt dat de Ju/’hoansi vrijwel uitsluitend werken om te voorzien in hun directe levensbehoeften, dat ze overschotten met elkaar delen en hun tijd verder vooral besteden aan huishouden, hun sociale leven en relaxen. Volgens Suzman staat dat in groot contrast met de manier waarop veel westerlingen hun werkende leven leiden: vaak zonder heel duidelijk doel, tientallen uren per week buffelen, gericht op geld verdienen om steeds meer nieuwe, betekenisloze wensen te vervullen. Hij wijst op de sterk stijgende cijfers over burn-outs en andere psychologische problemen gerelateerd aan werk.

Bent u niet te romantisch over de levenswijze van de Ju/’hoansi? Niet veel mensen zouden echt met hen willen ruilen als dat al zou kunnen, toch?

„De les die je eruit kunt trekken is niet dat we weer als jager-verzamelaars moeten leven. Dat kan, denk ik, helemaal niet. Maar er zit veel waarde in hun filosofische benadering van werk, en die wordt in de toekomst alleen maar waardevoller. Er is de laatste tijd veel te doen over robots en kunstmatige intelligentie, AI, die banen gaan overnemen. Als we onze werktoekomst opnieuw willen ontwerpen, kunnen we ook ánders naar technologie kijken. Zo van: automatisering en AI gaat allemaal dingen voor ons doen en maken.”

Onze huidige manier van werken is volgens Suzman ontstaan uit een mentaliteit van schaarste: zoveel mogelijk van een beperkte taart proberen te bemachtigen. Terwijl de technologische revolutie juist kan zorgen voor een nog grotere overvloed dan er al is. Technologie verschaft ons de rijkst gevulde supermarkt uit de menselijke geschiedenis. En dat vereist een andere blik op werk, en op wat een zinvol leven is, vindt hij. De Ju/’hoansi organiseerden hun economische leven juist wel rondom de aanname dat er voldoende middelen zijn.

„Het draait er vooral om hoe we die overvloed verdelen en, uiteindelijk, dat we ons ook realiseren wat onze behoeftes wérkelijk zijn.”


Lees ook: Nederlanders ervaren steeds meer werkdruk

Dat klinkt ook als een pleidooi voor duurzaamheid.

„Onze werkcultuur, onze obsessie met banen en economische groei, veroorzaakt zeker een nodeloze zucht naar steeds maar meer. Dat stuit op grenzen, dat is heel duidelijk. Onze werkcultuur is ook niet vol te houden omdat het ecologisch niet vol te houden is.

„Wat interessant is aan de Ju/’hoansi is dat ze bijna 300.000 jaar lang vrijwel dezelfde economie hebben gehad. We weten uit genetisch onderzoek dat deze mensen vele millennia op dezelfde manier hebben geleefd. Dat is een ongelooflijk lange periode die ze relatief stabiel doorbrachten. Nou, als er één maatstaf is voor duurzaamheid, is het dat wel. De belangrijkste les die ze ons leren is dat het mogelijk is om een duurzame economie te hebben, heel diepgaand, en voor de lange termijn.”

De groeiambitie en vernieuwingsdrang van de westerse werkcultuur heeft ook veel opgeleverd: moderne geneeskunde en een hogere levensstandaard, om maar iets te noemen.

„Ik zeg ook niet: laten we paracetamol afschaffen. Of al die andere interessante technologie, zoals smartphones. Maar misschien dat het wel waardevol is om je te realiseren dat je, als je een nieuwe smartphone in huis haalt, er maar vijf minuten echt blij mee bent. Daarna raak je er heel snel aan gewend en wil je weer iets nieuws. Er zit in mijn boek zeker een zen-achtige boodschap: dat het beter is minder behoeftes te hebben, die makkelijker vervuld worden.”

Volgens Suzman zijn de diepere behoeftes van mensen, zoals sociaal contact en zingeving, op betere manieren in te vullen dan met hard werken voor een willekeurig bedrijf.

De 15-urige werkweek van de Ju/’hoansi lijkt op de 15-urige werkweek die economen al decennia voorspellen. John Maynard Keynes voorzag in 1930 als gevolg van automatisering al ‘een gouden tijdperk van vrije tijd’. Maar er zit blijkbaar iets in de menselijke natuur, of in het economische systeem, waardoor dit niet lukt. Hoe kan dat volgens Suzman?

„Ik heb het zelf ook liever niet over een gouden eeuw van vrije tijd. Ik ben heel slecht in vrije tijd, zou echt niet alleen in de zon in een hangmat willen liggen. Mensen willen vooral betekenisvol bezig zijn, dus ik hoop met name op een gouden eeuw van betekenisvol werk. Dat maakt deze pandemie ook een extra interessant moment.

„Covid heeft onderliggende stromingen versterkt. We zien nu het verschil in maatschappelijke betekenis tussen een zorgmedewerker en een derivatenhandelaar. Er is zeker meer bewustzijn gekomen dat de manier waarop we werken niet houdbaar is. Je ziet discussies over een vierdaagse werkweek duidelijk opkomen, in Scandinavië bijvoorbeeld, zelfs in de VS.

„En nu verpleegkundigen vragen om een klein beetje meer salaris, valt extra op dat we de samenleving op zo’n manier hebben ingericht dat die derivatenhandelaren soms 100 keer meer verdienen dan de mensen in zorg en onderwijs, en dat dit eigenlijk raar is. Ik denk dat dit een keerpunt kan zijn.”

Gaat deze pandemie echt een werkcultuur veranderen die in eeuwen is opgebouwd?

„Wat in elk geval interessant is aan deze pandemie, is dat we een voorproefje krijgen van hoe de post-9-tot-5-wereld eruit kan zien.”

Veel mensen zijn volgens Suzman nu productiever en blijer, onder meer omdat ze door thuiswerken meer zeggenschap hebben over hun tijdsindeling. Ook voor het gezin is vaak meer tijd. En natuurlijk lijden er ook mensen onder de nieuwe manieren van werken. „Maar deze pandemie laat zien dat we véél flexibeler met werk kunnen omgaan dan we ooit hadden gedacht.”

Wat moet er concreet gebeuren om echt nieuwe manieren van werken mogelijk te maken?

„Ik wil niet doen alsof ik dé oplossing heb, zoals Rutger Bregman met zijn utopische ideeën over een basisinkomen: als we a, b en c doen, is het allemaal opgelost. Als de lange geschiedenis van werk ons iets leert, is dat we bescheiden moeten zijn over hoe goed we de toekomst kunnen voorspellen. Wat we weten, is dat de moderne manier van werken om heel veel redenen niet meer werkt. Alleen weten we ook nog niet precies wat dan wél werkt.

„We moeten open durven experimenteren. Ik denk wel dat een universeel basisinkomen een heel interessante mogelijkheid is om de overvloed van de technologische economie eerlijker te verdelen en mensen autonomer te maken in hun tijdsindeling. En ik vind discussies over het formaliseren van een vierdaagse werkweek ook heel interessant.

„We kunnen behalve naar de Ju/’hoansi en andere Afrikaanse volkeren ook kijken naar Scandinavië of landen als Taiwan waar ze een gezondere werkcultuur hebben dan in veel van hun buurlanden. Ik wil niet terug in de tijd of terug naar een samenleving van vóór de uitvinding van landbouw. Maar ik denk wel dat een economie gebaseerd op overvloed een reële culturele en technologische mogelijkheid is, en dat we daarvoor nú kunnen kiezen.”



Klink hier om het artikel te lezen

Bronvermelding: NRC

Leave a Reply