2021-01-20 18:00:00 | Een nieuwe reddingslijn voor bedrijven die op de rand balanceren

Veel bedrijven die nu de deuren dicht hebben omdat de overheid het voorschrijft, staat het water aan de lippen. Wegvallen van omzet maakt dat ze op termijn mogelijk niet meer aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen.

Dat leidt tot nog toe niet tot de voorspelde stortvloed aan faillissementen. Sterker nog: in 2020 gingen er in Nederland ‘slechts’ 2703 bedrijven failliet. Nog nooit waren het er zo weinig. In Groningen nam het aantal bedrijven dat bankroet ging zelfs af met een kwart, van 97 in 2019 naar 71 in 2020.

Niet netjes

Het lijkt erop dat schuldeisers het onder deze bijzondere omstandigheden niet netjes vinden het faillissement van hun debiteur aan te vragen en dat ook zij wachten op betere tijden.

Toch dreigen in de kern gezonde bedrijven die voor de coronacrisis goede resultaten behaalden nu opeens geconfronteerd te worden met beslaglegging, executoriale verkoop of een faillissementsaanvraag.

Voor bedrijven die in financiële problemen zijn gekomen door de coronacrisis, is sinds december de ‘Tijdelijke wet Betalingsuitstel’ van kracht. Deze noodvoorziening moet vermijdbare faillissementen en verhaalsacties zoals beslaglegging voorkomen.

Het kabinet wil ook met deze maatregel schade aan de economie door het coronavirus zoveel mogelijk beperken. Veel aandacht heeft de nieuwe wet tot nog toe echter niet gekregen.

Uitstel krijgen

Hoe werkt de wet? Bedrijven die te maken krijgen met een faillissementsaanvraag, kunnen maximaal zes maanden ‘uitstel’ krijgen wanneer ze kunnen aantonen dat de onderneming door het covid-virus niet op de gebruikelijke wijze kon blijven draaien. Ook moet het bedrijf kunnen bewijzen dat het hierdoor tijdelijk niet in staat is aan de betalingsverplichting te voldoen.

De rechtbank beoordeelt of aan de voorwaarden is voldaan. Ook bekijkt de rechtbank of de schuldeiser door het uitstel niet teveel in zijn belangen wordt geschaad.

Wordt het verzoek toegewezen dan is de ergste brand geblust en de onderneming – tijdelijk – gered. De aanvrager van het faillissement kan namelijk gedurende het uitstel geen betaling van schulden afdwingen en hij kan daarnaast worden beperkt in zijn mogelijkheden om de overeenkomst te wijzigen, te beëindigen of zijn verplichtingen op te schorten. Dit kan betekenen dat bijvoorbeeld een leverancier toch aan een klant met betalingsachterstand moet leveren.

Uitweg

De nieuwe wet geldt niet alleen voor faillissementssituaties. Ook bij beslaglegging, opeising van goederen of een dreigende gedwongen verkoop van een bedrijfspand kunnen bedrijven er een beroep op doen.

De rechter kan dus een beslag opheffen of een executie schorsen. Bedrijven moeten dan wel aannemelijk maken dat dit nodig is om de onderneming te kunnen voortzetten. Ook in deze situaties geldt dat de gevolgen eveneens bij een schuldeiser flink kunnen aankomen.

Dus als je bedrijf door alle coronamaatregelen in geldnood komt en er dreigen beslaglegging, executiemaatregelen, het opeisen van goederen of een faillissementsaanvraag, dan is er een uitweg.

Ook wanneer je schuldeiser bent en niet langer kunt of wilt wachten tot facturen worden voldaan, stel je dan op de hoogte van de nieuwe regels voor verhaalsacties.

NoordZaken-expert Pieter Lettinga is advocaat bij Dorhout Advocaten in Groningen. Hij treedt veelvuldig op als curator in faillissementszaken.

Bronvermelding:RTV Noord

Leave a Reply